Gelukzoekers opgelet: gooi je Staatsloten weg en stuur je goeroe terug naar de ashram waar hij vandaan kwam! Er is een betere remedie tegen misère: schrijven.
Gedachten ordenen en ervaringen verwerken door ze neer te pennen heeft een heilzame werking op de getergde geest. Amerikaans onderzoek toonde aan dat het hersengebied dat actief is bij het optekenen van gevoelens, hetzelfde is als waar de emotionele controle huist. Terwijl we onze negatieve emoties temperen, krijgen we tegelijkertijd het idee dat we grip hebben op de situatie. En wie wil dat nou niet? Behalve de farmaceutische industrie die de verschuiving van Prozac naar Proza uiteraard met lede ogen aanschouwt.
Als je ook nog met de hand schrijft, ben je helemaal goed bezig. Neuropsycholoog Margriet Sitskoorn is een voorstander van de ouderwetse aanpak. Als je de pen af en toe schalks tussen de lippen klemt, zegt ze, gebruik je dezelfde mondspieren als bij het lachen en dat stuurt een gelukssignaal naar de hersenen. Hoelang is het geleden dat u iemand blij zag worden nadat zij een laptop overdwars in haar waffel had gestopt?
Schrijven dus, en wel met de hand. Pythagoras zei het al: Woorden zijn de adem van de ziel. Dus blaas, wasem, puf, hijg, snuif, steun en zucht je gevoelens het papier op. En val af.
Wat?
Jawel, wetenschappers publiceerden een artikel over twee groepen vrouwen met overgewicht die een 15 minuten durende schrijfoefening deden. De dames van de ene groep waren een maand later gemiddeld anderhalve kilo lichter, de andere groep was gemiddeld ruim een kilo aangekomen. De afvallers gaven hun zelfvertrouwen een oppepper door te schrijven over de belangrijkste waarde in hun leven, de aankomers schreven over een waarde die onderaan hun lijstje bungelde.
Anderhalve kilo afvallen met 15 minuten schrijven! Dan ben ik alleen door deze column al drie kilo kwijt en zou het schrijven van een boek me zeker drie kledingmaten minder moeten opleveren.
En ineens weet je het: Ik vraag of ik de 75.000 artikelen in hun encyclopedie mag herschrijven. Alle 26 delen. Met de hand. En na mijn opzienbarende metamorfose schrijf ik daar dan weer een bestseller over: Schrijf van me lijf! of Hoe de Winkler Prins-methode van mij een gelukkig gratenpakhuis maakte. Het omslagontwerp is al klaar.
Ria Schopman is Growing A Book
Alea is nu verkrijgbaar in de boekhandel of online http://www.bol.com/nl/p/alea/9200000021556977/
maandag 24 november 2014
maandag 27 oktober 2014
De perfecte lezer
Iedere zichzelf respecterende schrijver is tevens een fervent lezer met de stiekeme wens in de voetstappen van door hem of haar bewonderde voorgangers te treden. Als auteur lees je daarom keer op keer de pennenvruchten van je literaire voorbeelden in de hoop de daarin verborgen code te ontcijferen die jou zal helpen net zo’n meesterwerk af te leveren. Eenmaal gevonden is het oppassen geblazen dat je die code niet zo onhandig toepast dat het opvalt, al zei de Oostenrijkse schrijver Alfred Polgar, dat plagiaat wellicht de meest oprechte vorm van verering is.
Maar genoeg over de schrijver want die vormt slechts de helft van het zogenaamde koningskoppel. Iedere verteller heeft een luisteraar nodig, iedere schrijver een lezer. Er wordt veel gesproken over het talent van de schrijver, maar lezen is net zo goed een kunst. Het is meer dan een technische vaardigheid waar je vroeger op je rapport een cijfer voor kreeg.
Lezen is een samenspel, een een-tweetje, waarbij de voorzet van de schrijver door de lezer met een snoekduik à la Van Persie ingekopt mag worden.
Voor een goed boek moet je namelijk moeite doen. Er wordt je gevraagd je grenzen te verleggen, in een wereld te stappen die je niet kent, je in te leven in iemand anders. Je bent geen toeschouwer, maar deelgenoot en dat maakt je kwetsbaar. Ieder verhaal, hoe bijzonder ook, blijft een sluimerende verzameling woorden, totdat de lezer het wakker kust.
Het goede nieuws is dat die inspanning wat oplevert. Amerikaanse onderzoekers hebben onlangs ontdekt dat mensen die romans en poëzie lezen een groter empatisch vermogen hebben dan lezers van populaire fictie, waarin de hoofdpersonen zich over het algemeen een stuk voorspelbaarder gedragen.
Maar er is ook een keerzijde. De internetgeneratie zou een ‘twitterbrein’ ontwikkelen. Internetartikelen krijgen maar een paar seconden de kans om zich te bewijzen voordat de lezer doorklikt. Dit digitale leesgedrag zou zich nu verplaatsen naar offline lezen. In romans springen jongeren van pagina naar pagina, scannend naar kernwoorden en ze lijken hierdoor de vaardigheid van het traditionele “diep lezen” te zijn verloren.
Door het aanpassingsvermogen van de hersenen zou het brein dit vluchtige leesgedrag wel eens als de enige juiste manier van lezen, kunnen adapteren.
Toch zie ik het persoonlijk niet somber in. Uit de recensies en commentaren op mijn debuutroman ‘Alea’ wordt duidelijk dat de mensen zich herkennen in Odiels worsteling, dat ze haar graag helpen om de geheimen op het eiland te ontrafelen. Ze zijn trots op hun rol als ontdekker van de tussen de regels in verstopte boodschap. Ze zijn ontroerd, verward, geschokt en geraakt. Daar kan je als schrijver, in opperste dankbaarheid, alleen maar uit concluderen: ‘Alea’ heeft de perfecte lezers!
Mijn debuutroman Alea is nu te koop in iedere boekhandel en online o.a. bij bol.com
Deze column verscheen eerder op Shyama in Boekenalnd
Maar genoeg over de schrijver want die vormt slechts de helft van het zogenaamde koningskoppel. Iedere verteller heeft een luisteraar nodig, iedere schrijver een lezer. Er wordt veel gesproken over het talent van de schrijver, maar lezen is net zo goed een kunst. Het is meer dan een technische vaardigheid waar je vroeger op je rapport een cijfer voor kreeg.
Lezen is een samenspel, een een-tweetje, waarbij de voorzet van de schrijver door de lezer met een snoekduik à la Van Persie ingekopt mag worden.
Het goede nieuws is dat die inspanning wat oplevert. Amerikaanse onderzoekers hebben onlangs ontdekt dat mensen die romans en poëzie lezen een groter empatisch vermogen hebben dan lezers van populaire fictie, waarin de hoofdpersonen zich over het algemeen een stuk voorspelbaarder gedragen.
Maar er is ook een keerzijde. De internetgeneratie zou een ‘twitterbrein’ ontwikkelen. Internetartikelen krijgen maar een paar seconden de kans om zich te bewijzen voordat de lezer doorklikt. Dit digitale leesgedrag zou zich nu verplaatsen naar offline lezen. In romans springen jongeren van pagina naar pagina, scannend naar kernwoorden en ze lijken hierdoor de vaardigheid van het traditionele “diep lezen” te zijn verloren.
Door het aanpassingsvermogen van de hersenen zou het brein dit vluchtige leesgedrag wel eens als de enige juiste manier van lezen, kunnen adapteren.
Toch zie ik het persoonlijk niet somber in. Uit de recensies en commentaren op mijn debuutroman ‘Alea’ wordt duidelijk dat de mensen zich herkennen in Odiels worsteling, dat ze haar graag helpen om de geheimen op het eiland te ontrafelen. Ze zijn trots op hun rol als ontdekker van de tussen de regels in verstopte boodschap. Ze zijn ontroerd, verward, geschokt en geraakt. Daar kan je als schrijver, in opperste dankbaarheid, alleen maar uit concluderen: ‘Alea’ heeft de perfecte lezers!
Mijn debuutroman Alea is nu te koop in iedere boekhandel en online o.a. bij bol.com
Deze column verscheen eerder op Shyama in Boekenalnd
vrijdag 25 oktober 2013
Daar staat ze
Alea iacta est. De dobbelsteen is geworpen en daardoor is iets onherroepelijks in gang gezet. En was ze tot voor kort alleen nog maar voor mij zichtbaar, vandaag krijgt Alea een gezicht. Ze kwam in mijn leven op een droevig moment en leerde me anders naar de wereld te kijken. Liefdevol duwde ze me stapje voor stapje in de goede richting. Ze gidste mij door de storm, voorbij mijn belevingswereld, tot het einde der tijden, langs de afgrond van mijn angst. Alea maakte van mij een schrijver en een gelukkig mens.
Daar staat ze. Een beetje verloren, op een plek waar ze thuishoort, maar die ze toch niet kent. Kijk nog eens goed. Staat ze daar wel echt?
We vertrouwen blindelings op onze zintuigen. Waarnemen betekent, dat wat onze ogen kunnen zien, voor waarheid aannemen. Maar hoe reëel is die waarheid, als we ons door onze beperkte zintuigen laten leiden?
Soms moeten we om antwoorden te vinden het bereik van onze zintuigen overstijgen.
Alea heeft die antwoorden. Zij zal ze met jullie delen. Begin 2014.
http://www.uitgeverijdebrouwerij.nl/alea/
Daar gaat ze
en zoveel schoonheid heb ik nooit verdiend
Daar staat ze
en zoveel gratie heb ik nooit gezien
- Clouseau
Ria Schopman is Growing A Book called Alea
Daar staat ze. Een beetje verloren, op een plek waar ze thuishoort, maar die ze toch niet kent. Kijk nog eens goed. Staat ze daar wel echt?
![]() |
| Omslagontwerp Michael Tak naar een foto van Anjo de Haan |
Soms moeten we om antwoorden te vinden het bereik van onze zintuigen overstijgen.
Alea heeft die antwoorden. Zij zal ze met jullie delen. Begin 2014.
http://www.uitgeverijdebrouwerij.nl/alea/
Daar gaat ze
en zoveel schoonheid heb ik nooit verdiend
Daar staat ze
en zoveel gratie heb ik nooit gezien
- Clouseau
Ria Schopman is Growing A Book called Alea
maandag 2 september 2013
Handen omhoog of ik schiet!
Oké, met mijn handen omhoog is nou net de enige pose die ik niet heb hoeven aannemen, maar geschoten is er. En hoe! Om meer dan 100 plaatjes op de miljoenen lichtgevoelige fotocellen vast te leggen, moest de sluiter van de camera overuren maken. En model en fotografe dus ook.
Het licht bleek onze grootste bondgenoot en onze ergste vijand ineen. Dan weer te veel, dan weer te weinig, dan weer te zacht, dan weer te hard en heel soms: precies goed. En dan komt het aan op de perfecte pose vergezeld van een stralende blik.
Nou weet U, als trouwe lezer van deze blog, dat ik niet bepaald lijd aan pixelvrees en bijna ieder blogbericht opleuk met een al dan niet zelf geschoten kiekje. Maar een auteursfoto die op een website, in een folder en op de achterkant van je boek komt, dat is andere koek.
Dus onderkin op, zwembandje inhouden, mondhoeken omhoog, schouders naar beneden, ogen open, haar laten wapperen. Help, al mijn lichaamsdelen gaan een andere kant op! Na vijf minuten weet ik al niet meer wat waar hangt, ligt of staat en welke kant het bij voorkeur op moet wijzen. Gelukkig heb ik een geduldige fotografe en mijn vriendin als personal assistent, en samen weten ze met slimme trucjes de gevolgen van het verstrijken der jaren en de werking van de zwaartekracht te pareren.
En dan volgt het uur van de waarheid. In een waanzinnige resolutie vliegen de megapixels je om de oren. Je kan de cellen van het cornea-epitheel in mijn oogbol tellen. En bij inzoomen op mijn blozende wangen blijken zelfs mijn poriën nog poriën te hebben!
En dan dat haar. Daar waar het volgens de laatste mode moet zitten, schittert het door afwezigheid. Voor mij geen sexy borsteltjes boven de ogen maar een paar weerbarstige haartjes die een onsuccesvolle poging tot wenkbrauw doen. Zelfs met valse wimpers die als een gitzwarte waaier mijn kijkers zouden moeten omfloersen, lijkt het resultaat in niets op de glamourlook uit de L’Oréal reclame. Gelukkig maar.
Iemand anders zijn is niets voor mij. Schoonheid zit van binnen. En als je straks maar ver genoeg inzoomt, kan je aan het einde van de door mijn poriën gevormde tunneltjes, mijn stralende kern zien schitteren.
People are like stained - glass windows. They sparkle and shine when the sun is out, but when the darkness sets in, their true beauty is revealed only if there is a light from within.
-Elisabeth Kubler-Ross
Het licht bleek onze grootste bondgenoot en onze ergste vijand ineen. Dan weer te veel, dan weer te weinig, dan weer te zacht, dan weer te hard en heel soms: precies goed. En dan komt het aan op de perfecte pose vergezeld van een stralende blik.
Nou weet U, als trouwe lezer van deze blog, dat ik niet bepaald lijd aan pixelvrees en bijna ieder blogbericht opleuk met een al dan niet zelf geschoten kiekje. Maar een auteursfoto die op een website, in een folder en op de achterkant van je boek komt, dat is andere koek.
![]() |
| Deze zijn het niet geworden. |
En dan dat haar. Daar waar het volgens de laatste mode moet zitten, schittert het door afwezigheid. Voor mij geen sexy borsteltjes boven de ogen maar een paar weerbarstige haartjes die een onsuccesvolle poging tot wenkbrauw doen. Zelfs met valse wimpers die als een gitzwarte waaier mijn kijkers zouden moeten omfloersen, lijkt het resultaat in niets op de glamourlook uit de L’Oréal reclame. Gelukkig maar.
Iemand anders zijn is niets voor mij. Schoonheid zit van binnen. En als je straks maar ver genoeg inzoomt, kan je aan het einde van de door mijn poriën gevormde tunneltjes, mijn stralende kern zien schitteren.
People are like stained - glass windows. They sparkle and shine when the sun is out, but when the darkness sets in, their true beauty is revealed only if there is a light from within.
-Elisabeth Kubler-Ross
Ria Schopman is Growing A Book called Alea!
dinsdag 16 juli 2013
Doorzichtige aliassen en falende pseudoniemen
Vandaag in de Volkskrant: Zo werd Robert Galbraith ontmaskerd als J.K. Rowling
De speurneus die de nieuwbakken detectiveschrijfster haar bevrijdende ervaring een boek te lanceren in de publiciteitsluwte van een debutant ontnam, heet Professor Peter Millican van de Universiteit van Oxford. Zijn wapen: speciale linguïstische software, waarmee hij woordgebruik, interpunctie en zinslengte onderzocht.
Verrassend genoeg viel de Harry Potter schrijfster definitief door de mand met haar onbewust gebruik van gangbare woorden als 'de', 'naar' of 'in'. Het zijn de kleine dingen die het doen, nietwaar?
Wat schuilnamen betreft is er niets nieuws onder de zon. Zo schreef de vorig jaar overleden Hendrik Jan Marsman onder de naam J. Bernlef, liet Eduard Douwes Dekker ons middels zijn Latijnse pseudoniem Multatuli weten dat hij “veel geleden heeft” en benadrukte Jan Hendrik Frederik Grönloh met Nescio zijn “onwetendheid”, al was dat waarschijnlijk een woordspeling verwijzend naar de term “nomen nescio” voor een werk waarvan de auteur onbekend is.
En waar vroegere autrices als Charlotte Brontë een mannennaam kozen om toch vooral op waarde geschat te worden, zien we recentelijk het omgekeerde gebeuren.
De vakantiethrillers van de in 2011 overleden Paul Goeken gingen pas als warme broodje over de toonbank toen hij ze uitbracht onder de naam Suzanne Vermeer. Ook na zijn dood verschijnen er nog nieuwe Vermeers. Wie-o-wie gaat er schuil achter deze vruchtbare pennaam? Misschien moeten de daar de speciale software van Professor Millican eens op los laten?
Een tip voor wie zijn anonimiteit liefheeft: Deel je geheim niet met boekhandel Polare. Die prijst in zijn nieuwsbrief het boek Muren van Glas als volgt aan: Esther Verhoef schreef onder pseudoniem Marique Maas het Nederlandse antwoord op Vijftig tinten grijs. En bedankt! Weg mysterie.
Trouwens wat bezielde Esther om een antwoord te schrijven op het plofboek van 2012? Meeliften op de hype van erotische verhalen om geldelijk gewin is voor een schrijfster van haar formaat immers geen reden? Misschien dacht ze na het lezen: 'Dat kan ik beter!' Tja, daar was niet veel voor nodig. Helaas druppelen de eerste matige recensies al binnen die nu rechtstreeks op haar conto kunnen worden bijgeschreven.
De vraag die rest is natuurlijk wie is de schrijver van Alea? Die altijd goedlachse, gezellige, ik-ben-dan-wel-een-vijftiger-maar-ik-zie-er-veel-jonger-uit, Ria Schopman? Wat dacht u zelf?
Ria Schopman is een boom van een vent, met een bierbuik die over zijn versleten spijkerbroek heen hangt. Een sigarenrokende rauwdouwer van twee meter, met houthakkershemd en een snor waar Chiel Montagne en Ted de Braak jaloers op zouden zijn. Vergeet niet we zijn schrijvers, we dealen in fictie, we verzinnen de hele boel bij elkaar, inclusief onze persoonlijkheid. Wat dacht u dan?
Volkskrant: Zo werd Robert Galbraith ontmaskerd als J.K. Rowling
Ria Schopman is Growing A Book called Alea!
De speurneus die de nieuwbakken detectiveschrijfster haar bevrijdende ervaring een boek te lanceren in de publiciteitsluwte van een debutant ontnam, heet Professor Peter Millican van de Universiteit van Oxford. Zijn wapen: speciale linguïstische software, waarmee hij woordgebruik, interpunctie en zinslengte onderzocht.
Verrassend genoeg viel de Harry Potter schrijfster definitief door de mand met haar onbewust gebruik van gangbare woorden als 'de', 'naar' of 'in'. Het zijn de kleine dingen die het doen, nietwaar?
Wat schuilnamen betreft is er niets nieuws onder de zon. Zo schreef de vorig jaar overleden Hendrik Jan Marsman onder de naam J. Bernlef, liet Eduard Douwes Dekker ons middels zijn Latijnse pseudoniem Multatuli weten dat hij “veel geleden heeft” en benadrukte Jan Hendrik Frederik Grönloh met Nescio zijn “onwetendheid”, al was dat waarschijnlijk een woordspeling verwijzend naar de term “nomen nescio” voor een werk waarvan de auteur onbekend is.
En waar vroegere autrices als Charlotte Brontë een mannennaam kozen om toch vooral op waarde geschat te worden, zien we recentelijk het omgekeerde gebeuren.
De vakantiethrillers van de in 2011 overleden Paul Goeken gingen pas als warme broodje over de toonbank toen hij ze uitbracht onder de naam Suzanne Vermeer. Ook na zijn dood verschijnen er nog nieuwe Vermeers. Wie-o-wie gaat er schuil achter deze vruchtbare pennaam? Misschien moeten de daar de speciale software van Professor Millican eens op los laten?
Een tip voor wie zijn anonimiteit liefheeft: Deel je geheim niet met boekhandel Polare. Die prijst in zijn nieuwsbrief het boek Muren van Glas als volgt aan: Esther Verhoef schreef onder pseudoniem Marique Maas het Nederlandse antwoord op Vijftig tinten grijs. En bedankt! Weg mysterie.
Trouwens wat bezielde Esther om een antwoord te schrijven op het plofboek van 2012? Meeliften op de hype van erotische verhalen om geldelijk gewin is voor een schrijfster van haar formaat immers geen reden? Misschien dacht ze na het lezen: 'Dat kan ik beter!' Tja, daar was niet veel voor nodig. Helaas druppelen de eerste matige recensies al binnen die nu rechtstreeks op haar conto kunnen worden bijgeschreven.
Ria Schopman is een boom van een vent, met een bierbuik die over zijn versleten spijkerbroek heen hangt. Een sigarenrokende rauwdouwer van twee meter, met houthakkershemd en een snor waar Chiel Montagne en Ted de Braak jaloers op zouden zijn. Vergeet niet we zijn schrijvers, we dealen in fictie, we verzinnen de hele boel bij elkaar, inclusief onze persoonlijkheid. Wat dacht u dan?
Volkskrant: Zo werd Robert Galbraith ontmaskerd als J.K. Rowling
Ria Schopman is Growing A Book called Alea!
woensdag 12 juni 2013
En de uitgever is...
Met alle vertrouwen en heel veel plezier heb ik vandaag mijn handtekening gezet onder de auteursovereenkomst met Uitgeverij de Brouwerij!
Ik hou het kort want dit moet natuurlijk op gepaste wijze gevierd worden, of zoals Jimi Hendrix zei: Excuse me while I kiss the sky!
Ria Schopman is Growing A Book called Alea
| Henriette Faas en ik bezegelen de overeenkomst met een handdruk |
| Tekenen van het TenPages titelcontract met Eva de Visser |
Ik hou het kort want dit moet natuurlijk op gepaste wijze gevierd worden, of zoals Jimi Hendrix zei: Excuse me while I kiss the sky!
Ria Schopman is Growing A Book called Alea
dinsdag 11 juni 2013
Morgen teken ik mijn contract!
Het liefst had ik 'Alea' een maand na het verkopen van alle aandelen in de winkel gezien, maar dan was het een ander boek geworden. Een verhaal moet net als goede wijn rijpen, of om in termen van mijn weblog te blijven: Je kan niet dezelfde dag oogsten wat je zojuist gezaaid hebt. Een boek heeft tijd nodig. Om uit te kristalliseren, om hoofdzaak van bijzaak te scheiden, om jezelf over te verwonderen omdat je was vergeten hoe mooi het hele proces is en om te fantaseren over hoe de lezer het zal ervaren.
En dan heeft een boek een uitgever nodig. En niet zo maar een. Een uitgever met een tomeloze passie voor het vak, die met mij gelooft in de kracht van dit verhaal. Voor minder doe ik het niet. 'Alea' verdient het.
Ik zou het wel van de daken willen schreeuwen: Morgen teken ik mijn contract en mag ik eindelijk bekend maken bij welke uitgeverij mijn boek uitkomt. Zingt u even mee?
Tomorrow, tomorrow, I love you tomorrow, you're always a day away!
Ria Schopman is Growing A Book called Alea
En dan heeft een boek een uitgever nodig. En niet zo maar een. Een uitgever met een tomeloze passie voor het vak, die met mij gelooft in de kracht van dit verhaal. Voor minder doe ik het niet. 'Alea' verdient het.
Ik zou het wel van de daken willen schreeuwen: Morgen teken ik mijn contract en mag ik eindelijk bekend maken bij welke uitgeverij mijn boek uitkomt. Zingt u even mee?
Tomorrow, tomorrow, I love you tomorrow, you're always a day away!
Ria Schopman is Growing A Book called Alea
zaterdag 18 mei 2013
De Kloofdichter
Een afgezegde afspraak tijdens de boekenweek zorgde voor een zeer gewenste opening in mijn agenda. Of ik nog welkom was, had ik de winkelbediende aarzelend gevraagd, gezien de enorme belangstelling. ‘Jazeker,’ had zij stellig geantwoord, ‘we zijn speciaal wat vroeger begonnen omdat we vijfhonderd mensen verwachten.’
Vijfhonderd! Ze zei het met zoveel trots dat ik de gedachte dat het wellicht ontmoedigend bedoeld was gelijk liet varen. Behendig kronkelde ik mij een weg via de gangen gevormd door metalen paaltjes verbonden door knalroze band met de naam van boekhandel Paagman er op. Alleen het bordje ‘Vanaf hier bedraagt de wachttijd 2 uur’ ontbrak in deze pretparksetting.
De stemming onder de fans, aanbidders, leesfanaten, handtekeningenjagers en groupies zat er overigens goed in. En wanneer een verlamde signeerhand de auteur dwong te pauzeren, trakteerde Kees van Kooten ons op een verhaaltje uit de verzamelde Treitertrends en deed zijn gulzig publiek schateren.
De enige twee in mijn boekenkast ontbrekende delen van zijn gehele oeuvre hield ik tegen mijn borst geklemd. ‘Episodes’ en ‘Annie’. Op de omslagfoto van laatstgenoemde is zoon Kees tête-à-tête met zijn moeder Annie geportretteerd. Ik droomde weg naar een plek waar een andere moeder en haar zoon door de hand van deze schrijver een aantal gelukzalige momenten beleefden.
De middagzon scheen volop door het slaapkamerraam naar binnen. Zijn uitgestrekte jongenslichaam was neergestreken op het ouderlijk bed en zijn hoofd op zijn vaders kussen. Ik zat in kleermakerszit tegenover hem met in mijn schoot de verhalenbundel ‘Veertig’.
‘Mam, deze is leuk. Is daar een luisterboek van?’ had hij geroepen toen hij het boek op zijn literatuurlijst had zien staan.
‘Nu wel,’ had ik gretig geroepen, ‘voorgelezen door je eigen moeder!’
Toen ik tijdens het lezen mijn mondhoeken voelde omkrullen zag ik tegelijkertijd op zijn gezicht een glimlach verschijnen. Zijn gebulder vermengde zich telkens met mijn schaterlach. We schelen 30 jaar maar wij lachten op dezelfde momenten. Niks generatiekloof, wij waren een. Wij lachten dezelfde lach. Met dank aan Kees van Kooten, de kloofdichter.
Toen wist ik het. Gelukkig kan je nooit worden, gelukkig kan je alleen maar zijn. Geluk zit ‘m in wat je hebt en niet in wat je begeert.
Is Kees van Kooten mijn voorbeeld? Nee, deze man is zo uniek, die is onnavolgbaar. Wil ik schrijven zoals hij? Ook niet. Ik wil schrijven zoals mij. Iets beters dan jezelf kun je niet worden.
Ria Schopman is Growing A Book called Alea
Vijfhonderd! Ze zei het met zoveel trots dat ik de gedachte dat het wellicht ontmoedigend bedoeld was gelijk liet varen. Behendig kronkelde ik mij een weg via de gangen gevormd door metalen paaltjes verbonden door knalroze band met de naam van boekhandel Paagman er op. Alleen het bordje ‘Vanaf hier bedraagt de wachttijd 2 uur’ ontbrak in deze pretparksetting.
De stemming onder de fans, aanbidders, leesfanaten, handtekeningenjagers en groupies zat er overigens goed in. En wanneer een verlamde signeerhand de auteur dwong te pauzeren, trakteerde Kees van Kooten ons op een verhaaltje uit de verzamelde Treitertrends en deed zijn gulzig publiek schateren.
De enige twee in mijn boekenkast ontbrekende delen van zijn gehele oeuvre hield ik tegen mijn borst geklemd. ‘Episodes’ en ‘Annie’. Op de omslagfoto van laatstgenoemde is zoon Kees tête-à-tête met zijn moeder Annie geportretteerd. Ik droomde weg naar een plek waar een andere moeder en haar zoon door de hand van deze schrijver een aantal gelukzalige momenten beleefden.
‘Mam, deze is leuk. Is daar een luisterboek van?’ had hij geroepen toen hij het boek op zijn literatuurlijst had zien staan.
‘Nu wel,’ had ik gretig geroepen, ‘voorgelezen door je eigen moeder!’
Toen ik tijdens het lezen mijn mondhoeken voelde omkrullen zag ik tegelijkertijd op zijn gezicht een glimlach verschijnen. Zijn gebulder vermengde zich telkens met mijn schaterlach. We schelen 30 jaar maar wij lachten op dezelfde momenten. Niks generatiekloof, wij waren een. Wij lachten dezelfde lach. Met dank aan Kees van Kooten, de kloofdichter.
Toen wist ik het. Gelukkig kan je nooit worden, gelukkig kan je alleen maar zijn. Geluk zit ‘m in wat je hebt en niet in wat je begeert.
Is Kees van Kooten mijn voorbeeld? Nee, deze man is zo uniek, die is onnavolgbaar. Wil ik schrijven zoals hij? Ook niet. Ik wil schrijven zoals mij. Iets beters dan jezelf kun je niet worden.
Er zijn meer volwassenen bang in het licht dan kinderen in het donker.
-Kees van Kooten
Ria Schopman is Growing A Book called Alea
Labels:
Annie,
boekenweek,
Episodes,
Kees Van Kooten,
Paagman
zondag 12 mei 2013
Help, ik heb FOMO!
Hé, er zit een knop op je TV
Die helpt je zo uit de puree
Druk hem in en ga maar mee
De bloemen buiten zetten
Met deze woorden riep de tachtiger jaren band Doe Maar de aan de beeldbuis verslaafde jeugd op, het bankhangen te verruilen voor een avondje stappen met vrienden. Dat is gedeeltelijk gelukt.
We hoeven niet meer op de bank te hangen om alles te volgen. We kunnen middels mobiel, laptop en tablet ook elders digitaal in de informatiebrij roeren. We tweeten, sms’en en whapsappen wat af tot we er een RSI-duim van krijgen. Wie had ooit kunnen voorspellen dat onze opponeerbare vriend de hoofdrol zou spelen in onze communicatie?
Toegegeven, de duim zat altijd al vol met verhalen, die je er dan wel eerst uit moest zuigen natuurlijk, maar toch.
De vraag blijft, waarom ons brein continu in de check-modus is, want er komt zelden iets bovendrijven wat we niet hadden willen missen. We zijn feitenjagers geworden die onophoudelijk tijdlijnen afstruinen op zoek naar prikkelende tweets of status updates om te becommentariëren.
Dat werkt blijkbaar verslavend en die verslaving heeft een naam: FOMO! Voluit ‘Fear Of Missing Out’ oftewel ‘bang om iets te missen’.
Waarom zijn we zo bang? Om erbij te horen willen we kunnen meepraten over actuele onderwerpen, die we distilleren uit modderstromen van nonsens. Dat leidt tot mensen die maar half lijken te luisteren omdat ze bezig zijn anderen dingen half te lezen, want multitasken is voor 98% van de mensen een utopie, is aangetoond.
En zo ontstaat een paradox. We zijn zo geconditioneerd door onze social media verslaving dat tijdens ontmoetingen waarbij we de kans hebben om echt contact te maken, onze aandacht telkens weer afdwaalt naar de platformen die we in de eerste plaats bezochten vanuit een natuurlijke behoefte om ons te verbinden met iemand zoals de persoon die nu tegenover ons zit.
Laat uw beltoon dus maar rinkelen, uw toestel lekker vibreren, er zit een knop op uw mobiel…
Klamme handjes na het lezen van dit bericht? Doe de FOMO-test
Lees hier wat ik in 2011 schreef over dit onderwerp: SM: Je moet er van houden...
Ria Schopman is Growing A Book called Alea!
Die helpt je zo uit de puree
Druk hem in en ga maar mee
De bloemen buiten zetten
Met deze woorden riep de tachtiger jaren band Doe Maar de aan de beeldbuis verslaafde jeugd op, het bankhangen te verruilen voor een avondje stappen met vrienden. Dat is gedeeltelijk gelukt.
We hoeven niet meer op de bank te hangen om alles te volgen. We kunnen middels mobiel, laptop en tablet ook elders digitaal in de informatiebrij roeren. We tweeten, sms’en en whapsappen wat af tot we er een RSI-duim van krijgen. Wie had ooit kunnen voorspellen dat onze opponeerbare vriend de hoofdrol zou spelen in onze communicatie?
Toegegeven, de duim zat altijd al vol met verhalen, die je er dan wel eerst uit moest zuigen natuurlijk, maar toch.
De vraag blijft, waarom ons brein continu in de check-modus is, want er komt zelden iets bovendrijven wat we niet hadden willen missen. We zijn feitenjagers geworden die onophoudelijk tijdlijnen afstruinen op zoek naar prikkelende tweets of status updates om te becommentariëren.
Dat werkt blijkbaar verslavend en die verslaving heeft een naam: FOMO! Voluit ‘Fear Of Missing Out’ oftewel ‘bang om iets te missen’.
En zo ontstaat een paradox. We zijn zo geconditioneerd door onze social media verslaving dat tijdens ontmoetingen waarbij we de kans hebben om echt contact te maken, onze aandacht telkens weer afdwaalt naar de platformen die we in de eerste plaats bezochten vanuit een natuurlijke behoefte om ons te verbinden met iemand zoals de persoon die nu tegenover ons zit.
Laat uw beltoon dus maar rinkelen, uw toestel lekker vibreren, er zit een knop op uw mobiel…
Klamme handjes na het lezen van dit bericht? Doe de FOMO-test
Lees hier wat ik in 2011 schreef over dit onderwerp: SM: Je moet er van houden...
Ria Schopman is Growing A Book called Alea!
dinsdag 5 maart 2013
Leven in De Brouwerij
Als je schrijver wilt worden kan je maar beter weten waar je aan begint. Zo nam deze schrijver al eens letterlijk en figuurlijk een kijkje in de keuken van de Arbeiderspers (tijdens de workshop debuteren als schrijver) en ging uw razende reporter vorige week naar de lezing ‘Van Manuscript tot Boek’ door Henriette Faas van Uitgeverij de Brouwerij.
De zaal van het Witte Kerkje in Maassluis was goed gevuld met een publiek dat zichzelf wellicht al zag flaneren op het Boekenbal of flirten met Matthijs aan tafel bij De Wereld Draait Door. Op een zonovergoten oever van een kabbelend beekje, geflankeerd door hun muze, zouden zij hun meesterwerk neerpennen. Hun Magnum Opus: de poort tot rijkdom en eeuwige roem. Voor wie met dit romantische beeld naar de lezing was gekomen, wachtte een grote desillusie.
Schrijven is hard werken. Voor een hongerloontje. Een goed boek wordt niet automatisch een bestseller en omgekeerd is een bestseller lang niet altijd een goed boek. Je moet je kwetsbaar durven opstellen en tegen kritiek kunnen. Verwachtingen over oplage en verkoopcijfers kunnen bijstellen. Geduld hebben, want iets goeds neerzetten kost tijd. Het lot van je papieren eersteling in handen van je redacteur en de uitgever durven leggen.
Een schamele troost; ook de hele groten dezer aarde waren ooit debutant en hebben dezelfde weg afgelegd. Ook zij moesten eindeloos leuren met hun vertelsels en na acceptatie onder de bezielende leiding van een redacteur doorkrassen, wegstrepen, uitwissen. Ga direct terug naar af, u ontvangt geen 200 gulden.
'Ontluisterend,' zei een van de vraagstellers aan het einde van de lezing. Maar er was ook goed nieuws. Er is leven in De Brouwerij en heel veel passie voor mooie verhalen. Als je door de strenge selectie van proeflezers bent gekomen, staat er bij deze uitgeverij een team van inspirerende mensen voor je klaar, die maar een doel hebben: een zo goed mogelijk boek op de markt brengen.
Het was een boeiende en realistische presentatie van een trotse uitgever die niet uitgepraat raakte over haar auteurs en hun prachtige werken. Het heeft mij alleen maar gesterkt in mijn overtuiging dat dit is wat ik wil. En niets houdt me tegen.
I'm a shooting star leaping through the sky
Like a tiger defying the laws of gravity
I'm a racing car passing by like Lady Godiva
I'm gonna go go go
There's no stopping me
-Queen
Uitgeverij De Brouwerij
Ria Schopman is Growing A Book called Alea!.
De zaal van het Witte Kerkje in Maassluis was goed gevuld met een publiek dat zichzelf wellicht al zag flaneren op het Boekenbal of flirten met Matthijs aan tafel bij De Wereld Draait Door. Op een zonovergoten oever van een kabbelend beekje, geflankeerd door hun muze, zouden zij hun meesterwerk neerpennen. Hun Magnum Opus: de poort tot rijkdom en eeuwige roem. Voor wie met dit romantische beeld naar de lezing was gekomen, wachtte een grote desillusie.
Schrijven is hard werken. Voor een hongerloontje. Een goed boek wordt niet automatisch een bestseller en omgekeerd is een bestseller lang niet altijd een goed boek. Je moet je kwetsbaar durven opstellen en tegen kritiek kunnen. Verwachtingen over oplage en verkoopcijfers kunnen bijstellen. Geduld hebben, want iets goeds neerzetten kost tijd. Het lot van je papieren eersteling in handen van je redacteur en de uitgever durven leggen.
Een schamele troost; ook de hele groten dezer aarde waren ooit debutant en hebben dezelfde weg afgelegd. Ook zij moesten eindeloos leuren met hun vertelsels en na acceptatie onder de bezielende leiding van een redacteur doorkrassen, wegstrepen, uitwissen. Ga direct terug naar af, u ontvangt geen 200 gulden.
'Ontluisterend,' zei een van de vraagstellers aan het einde van de lezing. Maar er was ook goed nieuws. Er is leven in De Brouwerij en heel veel passie voor mooie verhalen. Als je door de strenge selectie van proeflezers bent gekomen, staat er bij deze uitgeverij een team van inspirerende mensen voor je klaar, die maar een doel hebben: een zo goed mogelijk boek op de markt brengen.
Het was een boeiende en realistische presentatie van een trotse uitgever die niet uitgepraat raakte over haar auteurs en hun prachtige werken. Het heeft mij alleen maar gesterkt in mijn overtuiging dat dit is wat ik wil. En niets houdt me tegen.
Like a tiger defying the laws of gravity
I'm a racing car passing by like Lady Godiva
I'm gonna go go go
There's no stopping me
-Queen
Uitgeverij De Brouwerij
Ria Schopman is Growing A Book called Alea!.
Abonneren op:
Reacties (Atom)









