Hij pakt je bij je lurven en zit je achter je vodden aan. Hij is nooit ruim genoeg en zo flexibel als een blok beton. Hij is ongeveer net zo populair als een meedogenloze dictator of een ongeneeslijke ziekte: de deadline. En als klap op de vuurpijl zit het woord ‘dood’ er ook nog in, wat ook al geen vrolijke associaties oproept.
Toch is hij nodig. Want als iets de verbale diarree van een schrijver kan stoppen, is het een tijdslimiet. Als iets een Vertelsmurf het zwijgen kan opleggen, is het een uiterste datum waarop het verhaal uit moet zijn. Als iets een spraakwaterval kan droogleggen, is het wel een deadline. Je kan namelijk blijven aanvullen, opvullen, invullen, doorlullen, maar het houdt een keer op.
Persoonlijk ben ik de deadline steeds meer gaan waarderen. In mij huizen namelijk, zij aan zij, de chronische uitsteller en de hopeloze perfectionist. Samen hebben zij het goed voor elkaar. De perfectionist legt de lat zo hoog dat ik er zelfs met een polsstok nog niet overheen kan springen en tja, als het toch geen haalbare kaart is: ‘Waarom zou je er dan nog aan beginnen?’ vult de chronische uitsteller maar al te graag aan.
Zo heeft dit olijke tweetal al heel wat goede ideeën in de kiem gesmoord. Tot voor kort konden ze ongestoord hun gang gaan. Maar als een duveltje uit een doosje was hij daar opeens: de deadline.
De bewegingsloze lijn, die de onwrikbaarheid van de tijdslimiet verbeeldt. Ik mag hem wel. Zonder, opgelegde, dan wel zelf ingestelde deadlines, zou het bij mij anders nooit af komen. Dus voortaan betekent deadline voor mij: het is af omdat het niet uitgesteld is, het is goed genoeg omdat het niet perfect is.
Mijn manuscript Alea ligt nu bij de uitgeefmanager van TenPages dankzij de deadline, of moet ik zeggen: Dank zij de deadline!
Ring the bells that still can ring
Forget your perfect offering.
There is a crack in everything,
That's how the light gets in.
-Leonard Cohen
Een paar dagen geleden, op Valentijnsdag, vlogen de hartjes me weer om de oren. Als ik eerlijk ben lijkt zo’n hartje voor geen meter op de 3 ons wegende klomp spierweefsel aan wie hij zijn naam dankt. Toch bedienen aanbidders en geliefden zich al eeuwenlang van dit symbool der liefde.
Maar zetelen emoties zoals liefde wel in ons hart? De Egyptenaren dachten van wel. Zij waren ervan overtuigd dat het hart de zetel van de ziel en intelligentie was en lieten het orgaan bij de mummificatie in het lichaam zitten. Voor de hersenen hadden ze geen goed woord over. Na het met een haak via de neusholte verwijderd te hebben, belandde de klomp grijze cellen rechtstreeks op de vuilnisbelt. Laat Dick Swaab, (auteur van het boek ‘Wij zijn ons brein’) het maar niet horen!
Wij weten nu dat het hart, hoe onmisbaar ook, niet meer dan een pomp is die het bloed met 60 tot 100 slagen per minuut door onze aderen jaagt. Desondanks blijven we hardnekkig spreken over iemand die 'het hart op de tong draagt', van een 'hart dat je in de schoenen kan zinken' en van die zeldzame mensen die een 'hart van goud' hebben.
Word je met zo’n hart geboren? Een gouden hart heeft niet alleen het vermogen onvoorwaardelijk van anderen te houden, maar is ook in staat tot de grootste liefde van allemaal: eigenliefde. Whitney Houston zong erover in The Greatest Love of All maar ik betwijfel of ze die levensles in haar eigen leven ooit in praktijk heeft gebracht. Op mij kwam ze over als iemand die telkens opnieuw de bevestiging en liefde van familie en fans nodig had, om het gemis aan eigenliefde te compenseren.
De sleutel tot dit gouden hart bevindt zich in die 13 ons wegende grijze klomp cellen die op ieder moment net zoveel synaptische verbindingen tot stand brengt als er sterren aan de hemel staan. Ons creatieve en methodisch brein, onze supercomputer die inventariseeert, catalogiseert en analyseert.
Dat brein kan ons vertellen dat verliefd worden niets anders is dan jezelf herkennen in een ander. Dus als je van een ander wilt houden, begin dan bij jezelf. Verwelkom al je goede en slechte eigenschappen, zij maken je tot wie je bent. Iemand met een hart van goud. Iemand zoals Alea.
One sees clearly only with the heart. Anything essential is invisible to the eyes. -Antoine de Saint-Exupery (The Little Prince)
In het holst van de nacht spinnen de hersenen je lievelingsgedachten tot een web, dat als hartenwens geboren wordt als je ontwaakt: de droom is een feit. En dan ben je reddeloos verloren. Hoe hard je het ook probeert, nu de droom de overgang van onderbewustzijn naar bewustzijn heeft gemaakt, is er geen ontkomen meer aan. In plaats van dat je de droom najaagt, jaagt de droom jou na, dag en nacht, ongeduldig wachtend op vervulling.
Jarenlang kwamen ze voorbij op plaatjes, in documentaires, ansichtkaarten, kalenders en in verhalen, waarop mijn hart telkens weer een sprongetje maakte om me aan de droom te herinneren: zwemmen met wilde dolfijnen. Maar pas toen mijn vader in september 2007 stierf en met hem een aantal van zijn onvervulde dromen begraven werden, realiseerde ik mij dat ik het niet zo ver mocht laten komen.
Oudejaarsdag 2007 voer ik in een boot langs de kust van Hawaii en spande mijn moeder over de zee, de prachtigste regenboog ooit, om mij te troosten. Het voelde alsof haar grenzeloze liefde in kleuren op mij neerdaalde. ‘Je zal zien dat mijn vader me zo een walvis stuurt,’ grapte ik tegen een reisgenoot. Minuten later rees uit de turquoise wateren van de Pacific Ocean, een bultrugwalvis met baby die samen een fantastisch schouwspel opvoerden. Mamma leerde de kleine uit het water te springen en de mislukte acrobatische toeren van de miniwalvis waren ronduit aandoenlijk.
Later die dag kwamen we een grote school spinner dolfijnen tegen, die bewust draalden en midden in die oneindig grote oceaan er voor hadden gekozen contact te maken met het vreemdste zoogdier aller tijden: De mens.
Onmiddellijk werd ik aangetrokken door een moeder en baby dolfijn en gewapend met snorkel, duikbril en flippers deed ik verwoede pogingen zo dicht mogelijk bij hen te komen, wat gezien de snelheid waarmee ze zich kunnen verplaatsen, niet echt lukte. Ik was zo gefocust op die twee prachtige dieren, dat ik niet door had dat ik omringd werd door andere dolfijnen: achter me, onder me, voor me. Van opzij kwam een dolfijn die rakelings voor me langs zwom op een paar centimeter afstand van mijn gezicht. Ik keek in zijn ogen en zag de oneindigheid.
Ik vierde oud en nieuw onder een met sterren bezaaide hemel op Hawaii. Ik vroeg de vuurgodin Pele de wens te vervullen die ik op een papiertje geschreven had en vervolgens aan haar vreugdevuur geofferd had.
‘De zin van het leven is om jouw cadeau te vinden, het doel van het leven is om dat cadeau weg te geven,’ was de boodschap van de dolfijnen die me inspireerde.
In de droevigste periode van mijn leven, op de bodem van de diepste put, vond ik mijn eigen mooiste cadeau. Op mijn papiertje voor Pele stond geschreven: 'Ik wens dat ik dit cadeau mag delen, in een boek dat gepubliceerd zal worden, zodat heel veel mensen het zullen lezen en van dit cadeau kunnen genieten.'
‘Wie duft nog te beweren, dat dromen bedrog zijn?’
We leven in een maatschappij, die geobsedeerd is door nummers. Nummers op papier maken de dienst uit. En de persoon met het papier waarop de meeste nummertjes staan, is nummer 1! Ik geef geen moer om nummers, ook niet om letters trouwens, want woorden zijn slechts een slap aftreksel van datgene waar ze naar verwijzen. Neem nou de zon. Het woord zon straalt niet, verwarmt niet, verlicht niet, verbrandt niet, verzengt niet. Het is slechts een opeenvolging van drie letters waarvan we hebben afgesproken dat het naar dit bijzondere hemellichaam verwijst. En al loopt het water je in de mond bij het lezen, je eet toch liever het gerecht zelf, dan de menukaart waar het op aangeprezen staat?
Toch sluipen ze soms je leven binnen. Nummers. Om je iets te vertellen, om iets in te wrijven, als dat met woorden niet gelukt is. 'Kijk nou eens goed blindevink: de nummers liegen niet!'
Het begon op mijn 50ste verjaardag, toen er precies 50% van de aandelen in Alea verkocht waren. Een dag vol felicitaties en complimenten: 'Geef me de 5!'
Het verhaal van mijn kleine 15-jarige heldin Alea, wordt uitgegeven dankzij 150 aandeelhouders. De laatste aandelen van het 55ste manuscript dat uitgegeven wordt, werden verkocht om 16.55 uur, jawel 5 voor 5. In het jaar 2012 (opgeteld 5). Ziet u het ook, het patroon?
Daar moet op gedronken worden!
Ik ben geen expert in numerologie, maar ik had het wel kunnen raden. De 5 symboliseert verandering, variatie en vrijheid. Drie woorden die beginnen met de letter V, jawel het Romeinse cijfer 5. De onderwerpen sluiten niet alleen heel mooi aan bij mijn boek, maar ook op andere terreinen in mijn leven. Er gaat een hoop veranderen dit jaar, maar de basis blijft hetzelfde: nummertjes en lettertjes op papier worden nooit belangrijker dan mensen, nooit belangrijker dan liefde.
Ik zing het al vanaf de dag dat alle aandelen verkocht waren. Voelt u het ook, een gloednieuwe dag?
Hello world! It's like a different way of living now And thank you world, we always knew that we'd be free somehow In harmony and show the world that we've got liberty
It's such a change for us to live so independently Freedom, you see, has got our hearts singing so joyfully Just look about, you owe it to yourself to check it out Can't you feel a brand new day?
Ik verbaas me er niet meer over. Hoe alles op zijn plaatst valt. Wat je aan wensen de wereld in stuurt, komt met een raketvaart weer terug. Was in 2011 mijn motto nog ‘durf te vragen’, nu is dat al ‘durf te dromen’ en het zou me niet verbazen als ik dat heel binnenkort ga bijstellen naar ‘durf te vertrouwen’ (dat die dromen ook uit mogen komen). En dat alles dankzij Alea.
Ik hoor een enkeling onder u zeggen: 'Nou, nou Schopman, je moet de huid van de beer niet verkopen voor deze geschoten is,' maar ik heb de champagne al koud staan.
En wat dacht u van de lettertuin van Museum Meermanno als locatie voor de boekpresentatie?
Heel Nederland heeft een krijsende kater en kolkend maagzuur waar geen Paracetemol en Rennies tegen opgewassen zijn. De glasbak kan rekenen op een buitenproportionele storting en de Gemeentereiniging maakt zich op om mijn stad te ontdoen van een roodpapieren tapijt van gebruikt vuurwerk. Op sommige straathoeken smeulen de restanten van pallets en kerstbomen nog na. Nieuwjaarsdag 2012.
Dit was onze laatste jaarwisseling. Volgens de Maya’s althans, want onze dagen zijn geteld. Letterlijk. Op 21-12 houdt de kalender op en is het uit met de pret. Ook de onbetwiste vader van het doemdenken, Nostradamus, voorspelde het einde van de wereld, maar van rekenen had hij beduidend minder verstand. Zijn maximale houdbaarheidsdatum voor de aarde was het jaar 2000, maar zo makkelijk laat dit hardnekkige menselijke ras zich er niet onder krijgen. Doorbijters zijn we, die, als de wereld dan toch moet vergaan, haar wel graag zelf om zeep helpen. Daar hebben we geen tsunamie of vallende meteoriet voor nodig.
Zoals zoveel mensen maak ook ik, op nieuwjaarsdag de balans op. Als de God Janus met zijn twee hoofden, kijk ik vooruit en terug: een blik op het verleden en een blik op de toekomst. Weet je wat ik zie? Ik zie mensen die om het milieu geven, dieren beschermen, mensen die elkaar helpen. Ik zie onvoorwaardelijke liefde in mensen die beseffen, dat we allemaal met elkaar en alles wat leeft, verbonden zijn.
In de oneindige cirkel van het leven houdt een einde ook altijd een nieuw begin in. Er komt wel degelijk een einde in 2012. Een einde aan gierigheid, hebberigheid, jaloezie, onverschilligheid en onverdraagzaamheid.
2012 is geen einde maar een nieuw begin. Een begin van saamhorigheid, elkaar iets gunnen en verbondenheid. Dat is mijn realiteit, zelf geschapen. En voor wat betreft de 2012 Apocalyps? Laat maar komen. Apokalupsis (Grieks voor revelatie) betekent letterlijk 'het opheffen van de sluier', of onthulling/openbaring. Ik ben er klaar voor.
Scheppingsverhaal van Sioux indianen:
De Schepper verzamelde al zijn creaties en zei: "Ik wil iets verstoppen voor de mensen totdat ze er klaar voor zijn; het inzicht dat zij hun eigen werkelijkheid creëren." De adelaar zei: "Geef het aan mij, ik breng het naar de maan." De Schepper zei: "Nee, er komt een dag dat ze daar komen en het dan zullen vinden." De zalm zei: "Ik zal het naar de bodem van de oceaan brengen." "Nee, ook daar zullen zij heengaan." De buffel zei: "Ik zal het begraven op de wijde vlaktes." De Schepper zei: "Ze zullen de huid van de aarde opensnijden en het daar zelfs vinden." Grootmoeder mol, die in de schoot van Moeder Aarde leeft en geen fysieke maar spirituele ogen heeft, zei: ‘’Stop het in henzelf." En de Schepper zei, "Gedaan!"
Kerst toen:
Onder mijn Kerstboom staat het Kerststalletje uit mijn ouderlijk huis. Het Kerststalletje met het kindeke Jezus dat door ons toegezongen werd over herdertjes en stille, maar vooral, heilige nachten. Ik herinner me de magie. Wakker worden op eerste Kerstdag en op blote voeten de huiskamer in rennen om de 's nachts door mijn moeder gedekte ontbijttafel te bewonderen. Met mijn hand strijken over het door haar zelf geborduurde tafelkleed, de borden met het gouden randje, de ijverig gepoetste zilveren kandelaars. Dan door naar de Kerstboom waarvan de lichtjes voor een keertje 's nachts hadden mogen branden en gauw tellen hoeveel chocoladekerstkransjes er nog in hingen om vervolgens te constateren dat mijn broer er weer stiekem eentje had weten te verschalken.
Na het ontbijt met de hele familie Billy Smart's Kerstcircus kijken en 's avonds zwijmelen bij The Sound of Music, waarbij wij onze gezichten zo diep mogelijk in mijn moeder's nek begroeven om onze traantjes te verbergen.
Kerststalletje uit mijn ouderlijk huis
Kerst nu: Het is crisis, economische crisis, we zitten in een dip. De AEX viel uit een vliegtuig zonder parachute en de beurzen dreigen te pletter te vallen. Banken staan op klappen en kunnen zonder staatssteun niet overeind blijven, bezuiniging is het toverwoord.
Vanwege de Kerstcrisis is de sappige kalkoen van vorig jaar een soepkip, de pommes duchesse een gepofte pieper en de cranberrysaus appelcompote uit een potje: appelcompotje dus. Onze Nordmann is meer Kersttwijg dan boom en de lampjes branden maar heel even omdat Bruin het qua energierekening niet meer kan trekken. De verwarming staat laag en we kruipen dicht bij elkaar onder de fleecedeken uit het Kerstpakket van vorig jaar. Er is niets op TV wat we niet al 100 keer op de buis, op DVD en daarna nog een keer op BlueRay voorbij hebben zien komen, dus spelen we een spelletje. Een oud-hollandsch bordspellletje.
Ik warm mijn handen aan de mok met chocolademelk, herken in het lachende gezicht van mijn zoon mijn broer en voel mijn vader en moeders aanwezigheid in mijn hart. En ik denk: Ik mis niets. Geef mij maar elk jaar zo'n economische Kerstcrisis, misschien dat de mensen dan eindelijk gaan beseffen waar het om draait. Zoals Adele hieronder zingt: I'll go to the ends of the earth for you, to make you feel my love.
Winter ’61. Een onbewolkte ijsdag. Het is vijf graden onder nul. Maandag 18 december. De krant kopt met de gewelddadige inval van India in de Portugese enclaves Goa, Daman en Dioe. Het onder Gandi verdiende vreedzame imago is in een keer te niet gedaan. Het is rond achten.
In een kliniek in de Marconistraat in Den Haag kies ik haar. Zij zal mij koesteren, me toezingen, me troosten. Zij zal me vangen als ik val. In een andere kliniek waar zijn galblaas net is verwijderd, kies ik hem. Hij zal me leren fietsen, me leiden, me aanmoedigen. Hij zal me raad geven als ik twijfel.
Ik huil en vul mijn longen voor de allereerste keer. Mijn moeder lacht, want ze herkent deze begroeting. Ik ben het tweede meisje, met een mooi rond koppie vol zwart haar. ‘Wat een mooie baby,’ zegt de zuster en mijn moeder glimt. Ik krijg de namen van mijn beide oma’s: Maria Janna, roepnaam Ria. Vandaag precies 50 jaar geleden werd ik geboren.
Mamma en ik, Joke, Ton en pappa
Zomer ’11. Het water komt met bakken uit de hemel. Het is dertien graden. Zaterdag 16 juli. De Griekse schuldencrisis domineert de voorpagina en mediamagnaat Rupert Murdoch heeft spijt van de afluisterpraktijken van zijn schandaalkrant. Het is rond twaalven. Achter een computer ergens in Den Haag kies ik de knop ‘bericht publiceren’. Mijn blog zal me faciliteren, zal me promoten, zal me vooruithelpen. Mijn blog zal mij een podium geven, om mijn schrijftalent te etaleren.
Lang geleden, in een land hier ver vandaan, leefde eens een ambitieuze koning. Hij wilde het beste staatshoofd zijn, dat zijn onderdanen zich maar konden wensen. Gezegend als hij was met eigenschappen als rechtvaardigheid, vredelievendheid en een groot verantwoordelijkheidsgevoel, was de kans dat hij zou slagen heel groot. Maar omdat hij een mens was als ieder ander, had hij ook wat minder goede eigenschappen, die hij met alle macht onderdrukte omdat ze nu eenmaal niet pasten in zijn plan. Daarom stopte hij ze zo ver weg, dat hij bijna vergat dat hij ze nog had.
Het land was welvarend en leefde in vrede. Dat maakte de vorst erg geliefd. Toch werd hij steeds verdrietiger tot hij op een dag zo depressief was, dat hij zijn raadsman ontbood. ‘Zonder jouw wijze woorden ben ik niets, zonder jouw raad had ik nooit die netelige situaties op kunnen lossen, zonder jouw kalmte had ik nooit dit land kunnen regeren. Jij zou een beter staatshoofd zijn dan ik.’
Wat de koning niet besefte was dat hij zijn eigen talenten op de raadsman projecteerde, om zichzelf aan zijn eigen goede eigenschappen te herinneren, totdat hij ze ten volle zou benutten. Maar hij werd verteerd door een leegte, die zich niet liet vullen met het gejuich van zijn onderdanen, de lovende woorden van zijn raadsman, zelfs niet met de liefde van zijn kinderen.
De raadsman, die zijn goede vriend wilde helpen, trok met een groep dappere strijders het land in om een medicijn te vinden. Overal waar ze kwamen, spraken mensen over een vrouw die ze de lettergoochelaar noemden. Deze wijze vrouw strooide haar letters kwistig in het rond om een naam voor een pasgeborene te vormen, een wegwijzer te vormen, of simpelweg om een verhaal te creëren met geen ander doel dan de mensen te vermaken. Haar moet ik vinden om mijn goede vriend te helpen, dacht de raadsman en hij volgde het spoor der letters. Hij vond haar in een dorpje niet ver van het paleis en vroeg haar te helpen.
De miserabele monarch zat op zijn troon, zijn hoofd gebogen van droefheid en van de zware ketting met de vele sleutels die om zijn hals hing. ‘Waarom draagt u al die sleutels om uw nek?’ vroeg de vrouw. ‘Ze passen op deuren die altijd gesloten moeten blijven.’ ‘Als je leeft in een paleis waarvan de helft van de kamers afgesloten zijn, bezit je eigenlijk maar een half paleis. Om de beste koning te worden die uw onderdanen zich maar kunnen wensen, moet u alle kamers van het paleis openstellen.’ Ze nam hem bij hand en liep de eindeloze gang met gesloten deuren door. ‘Deze hier, maak maar open.’ ‘Maar daar woont mijn egoïsme?’ ‘En heeft dat er niet vaak voor gezorgd dat u een plan doorzette, u niet bekommerend om anderen omdat u een doel voor ogen had?’ De koning knikte en gooide deur open. Hij liep naar de volgende deur. ‘En wie woont hier?’ ‘De uitsteller, die er voor zorgde dat ik me niet als een blinde dwaas in allerlei avonturen stortte.’ De vrouw knikte. ‘Deze ook?’ vroeg hij. ‘Ja,’ zei de vrouw. ‘Alleen iemand die haat kent, kan volledig liefhebben. Omarm daarom al uw schaduwen. Ze maken u compleet, ze maken u tot wie u bent.’
Zo blij als een kind rende hij door de gangen en opende een voor een alle gesloten deuren; vraatzucht, hebberigheid, wreedheid, onvoorzichtigheid en angst. Maar eenmaal bij de kerkers aangekomen aarzelde hij voor een zware gebarricadeerde poort. ‘Die ook,’ zei de vrouw. ‘Zonder zijn aanwezigheid is het leven maar half. Ze houden elkaar in stand, ze horen bij elkaar zoals dag en nacht, licht en schaduw, goed en kwaad.’ En hij opende de poort en liet de dood ontsnappen.
Zo was hij eindelijk geworden wat hij zich voorgenomen had. De beste koning die zijn onderdanen zich maar konden wensen. Een compleet mens. En hij leefde nog lang en gelukkig.
Through the labyrinth of doors
In life’s endless corridors
We don’t need a key
‘Open sesame’
Stay close by my side
Follow me into the light
Death is but a doorway
To the Akasha field
"What's in a name? That which we call a rose By any other name would smell as sweet."
Natuurlijk had Shakespeare gelijk. Al geef je een roos een andere naam, zij geurt nog steeds even zoet. Zo zijn al mijn aandeelhouders mij even lief, ook al verstoppen sommigen zich kunstig achter ondoorgrondelijke aliassen. Met een flinke dosis inlevingsvermogen en een knap staaltje herleiding, kan ik de meeste gebruikers wel ontmaskeren, maar een enkeling glipt tussen de mazen door. Omdat ik het liefst iedereen een persoonlijk bedankje wil sturen roep ik de hulp in van een superheld op wie ik in tijden van nood kan rekenen: Sherlock Schopman! Met de kraag van mijn regenjas omhoog, mijn hoed speels tot over de ogen getrokken, poets ik mijn vergrootglas kraakhelder. Ik sluip het huis uit en zing: ‘Wie ben jij? Wie, wie, wie, wie…’
Schopman speurt
Het duurt niet lang of mijn sporenonderzoek werpt zijn vruchten af. In een studeerkamer niet ver van hier is het toetsenbord nog warm en er hangt een zweem van gebruikte TAN-codes in de lucht. En net als ik de muis naar ‘gegevens niet zichtbaar op site’ beweeg om de naam te onthullen, hoor ik een deur dicht slaan en naderende voetstappen. Ik schiet bij gebrek aan een betere schuilplaats achter het gordijn. Ze zijn met z’n drieën. Ik ken ze heel goed. Bijna vier jaar wonen ze in mijn gedachten, beheersen ze mijn leven. Hun namen zijn niet zomaar gekozen, hun namen zijn een voorteken. Odile neemt plaats in de bureaustoel en Jigme staat achter haar met zijn hand op haar schouder. Alea zit op het bureau en haar bungelende benen tikken zachtjes tegen de lades aan. Dan draaien ze zich gelijktijdig om en trekt Jigme het gordijn weg. ‘Hallo schrijver! Zou je niet eens aan het werk gaan?’ klinkt het uit een mond.
In twee weken tijd hebben 63 aandeelhouders 652 aandelen gekocht. Wie zijn jullie? Who are you?
Alea iacta est. De dobbelsteen is geworpen en daarmee is iets onherroepelijks in gang gezet. Maar had iemand mij niet even kunnen waarschuwen? Had iemand mij niet even met een 4-puntsgordel aan mijn bureaustoel kunnen snoeren? Had iemand mij niet kunnen vertellen dat bij de lancering van een manuscript op TenPages de schrijver zelf ook de stratosfeer in geslingerd wordt op golven van dankbaarheid en verslavende adrenaline?
Waar zal ik beginnen? Bij de tweets van mede-TenPagelingen die vol verwachting de website bleven verversen, want: 'Waar blijft ze nou en met een datum van 11-11-11 zou je minstens verwachten dat het er om 11.00 uur opstaat?' Bij de recensies waarin geschreven staat: ‘Je hebt talent, een gave’ en ‘Je zinnen zijn om te zoenen’? Bij de ontroerende reacties van vrienden die ik aan het huilen heb gemaakt? (Sorry!) Bij de hartverwarmende cadeautjes en succeswensen uit verwachte en onverwachte hoek? Bij het vermelden van mijn al 200 keer bekeken boektrailer in een blogbericht van een andere schrijver? Bij het feit dat ik in het lijstje van aanbevolen manuscripten sta in de TenPages nieuwsbrief? Bij de nummer 1 positie van best verkochte manuscripten van de afgelopen week?!
Ik weet niet meer waar ik moet beginnen. Maar ik weet wel waar ik ga eindigen. In de boekhandel, met een verhaal dat mensen raakt. En als het zo ver is heb ik dat te danken aan jullie: mijn familie, vrienden, fans en aandeelhouders.
Zoek de verschillen!
Mijn lieve vriendin Yoff kwam met het volgende kado, omdat het haar zo doet denken aan de glimlach die sinds een week op mijn gezicht gebeiteld zit: Een lachende buddha. En wat maakt de Nederlandse spellingscontrole van dit Engelse woord (in plaats van Boeddha): Puthaak!
Dus lieve allemaal, bedankt voor het vertrouwen. Ik zal jullie niet teleurstellen.
En als jullie ooit een plek nodig hebben om je emmertje aan te hangen, staat deze 'Lachende Puthaak' voor jullie klaar!
Kleine meisje worden groot, dromen worden werkelijkheid en een paar woorden, die zich stiekem in een reisverslag tussen de regels in genesteld hadden, groeiden uit tot een verhaal. Een verhaal met bestseller ambities, dat geen genoegen neemt met een stoffige la of een achteraf zoldertje.
Alea wil vermaken, wil gevoelens overbrengen, wil ontroeren en mensen verbinden. Zeg daar als schrijver maar eens nee tegen. En nu wil ze de boekhandel in om op iemand's nachtkastje te belanden, of in een strandtas mee naar zee, of gewoon rustig op de leuning van de bank wachten, tot haar lezer weer terug komt.
Alea leeft in mijn ziel en hart, en mijn hart en ziel gaven haar leven.
Ontdek mij als schrijver en wordt aandeelhouder. Een aandeel kost maar € 5,-. Je kan altijd aandelen bijkopen tot een maximum van 200 per persoon totdat alle 2000 aandelen verkocht zijn.
TenPages.com is een online platform waarop talentvolle schrijvers vanaf de eerste, vers geschreven pagina’s ontdekt en gesteund worden door aandeelhouders. Dit met als doel om hun manuscripten uiteindelijk uitgegeven te zien worden door een gerenommeerde uitgeverij. Hoe werkt het?Op TenPages.com publiceert de auteur de eerste tien pagina’s van zijn manuscript. Wanneer er 2000 aandelen van € 5,- per stuk zijn verkocht, door tenminste 100 aandeelhouders, wordt het boek uitgegeven door een gerenommeerde uitgever.
Wil je de sfeer van het boek proeven? Bekijk dan hier de boektrailer
Als beeldend kunstenaar vertrouwt mijn hoofdpersoon Odile blindelings op haar zintuigen. Voor haar is waarnemen niets meer dan, dat wat wij kunnen zien, voor waarheid aannemen. Maar hoe reëel is die waarheid, als we ons door onze beperkte zintuigen laten leiden? Als Odile kort na elkaar haar beide ouders verliest, moet ze om antwoorden te vinden het bereik van haar zintuigen overstijgen. Zij leeft in het licht, maar zal om haar demonen te overwinnen, de duisternis moeten omarmen. Op de donkerste plek van het eiland waar ze naar toe is gevlucht, leert een vijftienjarig meisje haar zien met gesloten ogen en luisteren met haar hart.
Odile is beeldend kunstenaar, maar geen levenskunstenaar. Haar diepgewortelde angst voor de dood belet haar ten volle te genieten van het succes en geluk dat haar ten deel is gevallen. Als Magere Hein steeds vaker en dichter nadert, begrijpt ze dat de enige manier om deze angst te overwinnen is, de confrontatie met haar gevreesde vijand aan te gaan. Geïnspireerd door een jonge zanger, die haar dilemma perfect verwoord heeft in een liedtekst, treedt zij toe tot een nieuwe fanwereld die haar carrière een enorme vlucht doet nemen. Ze kan echter de toenemende druk door de rouw om haar ouders en haar veeleisende carrière, niet meer aan en besluit haar jachtig bestaan te verruilen voor een periode van bezinning op een rustig eilandje voor de Schotse kust. Zij hoopt dat de stilte haar zal helpen de inzichten, waar ze naar op zoek is, te vinden. Maar het lot beslist anders. Het mysterie van een vijftienjarig meisje dat door haar moeder van de buitenwereld verborgen wordt gehouden, doet Odile vervallen in haar oude beproefde werkwijze anderen te redden, ten einde haar eigen problemen te ontlopen. Dat niet iedereen blij is met haar bemoeienissen, blijkt uit de steeds serieuzer wordende ongelukjes die haar overkomen en die telkens maar net goed aflopen. Geleidelijk aan verliest ze de controle over haar leven. Illusie en realiteit lopen naadloos in elkaar over terwijl Odile langzaam maar zeker afstevent op een ontknoping die de grenzen tussen leven en dood doet vervagen.
De weg naar publicatie van een boek is lang en heeft veel zijstraten. Ik heb er voor gekozen om mijn boek uit te geven via TenPages waar talentvolle schrijvers vanaf de eerste, vers geschreven pagina’s ontdekt en gesteund worden door aandeelhouders. Dit met als doel om hun manuscripten uiteindelijk uitgegeven te zien worden door een gerenommeerde uitgeverij.
Hoe werkt het? Op 11-11-11 publiceer ik de eerste 11 pagina’s van mijn manuscript op TenPages.com. Iedereen die mij wil steunen kan vanaf die dag aandelen kopen van € 5,- per stuk. Natuurlijk kun je meerdere aandelen kopen (graag zelfs) met een maximum van 200 stuks. Ook is het mogelijk om later aandelen bij te kopen. Wanneer er 2000 aandelen van € 5,- per stuk zijn verkocht, door tenminste 100 aandeelhouders, wordt het boek uitgegeven door een gerenommeerde uitgever (en springt deze schrijver twee gaten in de lucht). Natuurlijk ga ik zelf ook in Alea investeren. In blind vertrouwen.
11-11-11: DE link naar mijn boek op TenPages en de Première van de langverwachte boektrailer!
Iedereen snapt waarom ik schrijf. Ik ben een creatief bommetje dat af en toe toneel speelt, of in een band zingt, voortdurend themafeesten organiseert, graag op haar gitaar tokkelt en shows aan elkaar praat. Schrijven is gewoonweg de uitlaatklep, die op dit moment het beste bij mij past.
Maar waarom wil ik gepubliceerd worden? Is het de drang naar erkenning, ijdeltuiterij, ordinair winstbejag of is er een andere innerlijke drijfveer?
Ik schrijf om mijn ervaringen te delen. Mijn doel is altijd me te verbinden met andere mensen, of eigenlijk de verbondenheid die er al is, te ontsluieren. Mijn hoofdpersoon worstelt met oeroude levensvragen, die heel herkenbaar zijn. Wellicht kunnen de antwoorden die zij vindt, anderen ook helpen. Bovendien werkt schrijven voor mij heel louterend. Het is heerlijk je gedachten te ordenen en ze daarna aan het papier toe te vertrouwen. Maar schrijven brengt bovenal plezier. Het is een prachtig avontuur dat me veel voldoening geeft en me ongelofelijk veel heeft geleerd. Over netwerken, social media, marketing principes en schrijftechnieken. Over interacties tussen mensen (durf te vragen) en over wie ik ben.
Nu is de tijd aangebroken om te beslissen hoe ik mijn boek wil uitgeven. Laat ik het zelf drukken, ga ik voor POD (Printing On Demand) of riskeer ik een depressie teweeggebracht door een onophoudelijke reeks afwijsbrieven van uitgevers?
Nee, ik waag een sprong in het diepe. Ik ga zwemmen. In de kweekvijver van TenPages wel te verstaan. En u kunt dit aanstormend talent binnenkort vangen door een aandeel te kopen in mijn boek. Dus trek uw lieslaarzen aan, pak uw hengel en kom vissen op 11-11-11. Vang mij!!!
Kweekvijver voor schrijftalent sponsored by TenPages
TenPages.com is een online platform waarop talentvolle schrijvers vanaf de eerste, vers geschreven pagina’s ontdekt en gesteund worden door aandeelhouders. Dit met als doel om hun manuscripten uiteindelijk uitgegeven te zien worden door een gerenommeerde uitgeverij. Hoe werkt het? Op TenPages.com publiceert de auteur de eerste tien pagina’s van zijn manuscript. Wanneer er 2000 aandelen van € 5,- per stuk zijn verkocht, door tenminste 100 aandeelhouders, wordt het boek uitgegeven door een gerenommeerde uitgever.
Vang mij!!! Op 11-11-11 ga ik de eerste tien pagina’s van mijn manuscript Alea op TenPages.com plaatsen. In mijn volgende blogbericht ga ik natuurlijk haarfijn uitleggen, hoe alles in zijn werk gaat!
Als muzikale omlijsting bij mijn bericht ‘Relativi-tijd’ koos ik, vanwege het hypnotiserende pianoriff, het nummer Clocks. Wie schetst mijn verbazing toen ik bij YouTube Coldplay intypte en, de mij onbekende titel, The Scientist boven aan de resultatenlijst verscheen. Nooit te beroerd om een kosmische hint ter harte te nemen, keek en luisterde ik. Ik zag leadzanger Chris Martin zijn leven terugdraaien naar het moment, waarop hij met zijn geliefde in de auto zit, vlak voordat ze een ernstig ongeluk krijgen. Hij zingt, vecht, huilt, bidt, lacht, werkt en bewondert, maar dan achterstevoren. Een wetenschapper die terug in de tijd wil reizen om zijn geliefde te redden, waar heb ik dat eerder gelezen? In het boek De Tijdmachine van H.G. Wells misschien, het boek waar ik net aan refereerde in mijn blogbericht over science, tijdreizen en hoe ik alles achterstevoren doe?
U moet weten dat ik welgeteld een Coldplay CD bezit, die in de zomer van 2008 samen met de nieuwe Madonna en de nieuwe Kane meereisde op mijn inspiratietrip naar Hoy, het eiland waar mijn boek zich afspeelt. Twee van de drie konden de goedkeuring van mijn reisgenoot Karin wegdragen, maar u raadt zeker al welke CD met het maagdelijke cellofaantje nog intact, de koffer in verdween? Juist: Viva la Vida! Nu, jaren later, voel ik dat ik iets gemist heb en graaf me daarom als een mol door de krochten van google, op zoek naar antwoorden.
De aanleiding voor het schrijven van Viva la Vida was een stilleven van Frida Kahlo, die toevallig de favoriete schilderes van Madonna is. Een van de twee videoclips voor Viva la Vida, is gemaakt door Anton Corbijn met een knipoog naar zijn eigen video voor Enjoy the Silence van Depeche Mode.
Chris Martin verkent, gekroond en gehuld in een koningsmantel, mijn geboortestad Den Haag. Hij slentert over het Lange Voorhout, om zich vervolgens op te frissen in de fontein op het Binnenhof, in de schaduw van de Ridderzaal. Terwijl ik de Schotse Hooglanden doorkruis waar Anton Corbijn Enjoy the Silence opnam, laat Chris zijn voetsporen achter in het zand van mijn strand, terwijl de golven van mijn zee, zijn voetsporen weer uitwissen. Den Haag, mooie stad achter de duinen, thuisbasis van Kane. En zo is het cirkeltje rond.
Het zou me dus niets verbazen als Chris Martin op Hoy geboren is, zijn voormalige echtgenoot Gwyneth Palthrow, in de verfilming van mijn boek, de rol van mijn heldin Odile gaat spelen, ik opeens door een fout in mijn geboorteakte 42 blijkt te zijn en dat toeval niet bestaat. Nou ja, dat laatste is inmiddels wel bewezen toch? Toeval bestaat niet.
Those who are dead, are not dead, they’re just living in my head And since I fell for that spell, I am living there as well 42 - Coldplay
Words like violence Break the silence Enjoy the Silence - Depeche Mode
Misschien is het omdat de dag dat ik Sarah zal zien met rasse schreden nadert, maar soms bekruipt mij de angst dat de tijdgeest aan mij voorbij gaat, dat ik iets mis. Gewoon contact is zo 2010, dus boek ik een cursus ‘SM expert in een dag’.
Aanvankelijke schuifelen de cursisten nog wat ongemakkelijk heen en weer op hun stoeltje, maar al gauw luistert iedereen geboeid. Af en toe ontsnapt er een zenuwachtig lachje aan het publiek, dat vervolgens met een strenge blik van de meester de kop in wordt gedrukt. Na de pauze is het onze beurt. Best spannend om met behulp van instrumenten, al dan niet speciaal voor dit doel ontworpen, lekker aan de gang te gaan. Een plaagstootje hier, een porretje daar: Iedereen neemt actief deel aan het rollenspel.
Maar doet SM dan geen pijn? Nou en of! Social Media is marteling voor gevorderden, lijden in het kwadraat, kwelling 2.0. Je hebt er het fysiek van een octopus met acht graaiende armen voor nodig om je mobiele telefoon, de pc en je laptop tegelijk te bedienen. Qua brein zou een 8-core AMD-FX processor niet misstaan, om met een datadoorvoersnelheid van 8.4 gigahertz alle updates van je nieuwe vrienden van een snedig antwoord te voorzien. Bevrienden, linken, sms’en, porren, nudgen, krabbelen, whatsapp-en, lurken, volgen en gevolgd worden. Je zou er paranoia van krijgen.
En ondanks al die inspanningen ben ik nu ontvolgd. Ik voel de stomp in mijn netwerkbuik nog natrillen. Wat heb ik die zorgvuldig verleide volger misdaan? Was ik niet hip, niet vlot, niet tweets genoeg? Mijn vrees voor herhaling is zo groot, dat ik er nog een digitaal schepje boven op gooi, maar de grote gemene netwerkhakker met zijn reuzenbijl zit me op de hielen. Ik verbind - hij verbreekt, ik volg - hij ontvolgt en in een nanoseconde heeft hij mijn hele Facebooklijst ontvriend. Ik til mijn hoofd op en veeg mijn van angstzweet doordrenkte toetsenbord droog. Vanaf de monitor lacht de twitter 'Fail Whale' me toe.
Mijn wereldschokkende boodschap moet wachten tot de server weer genoeg capaciteit heeft om de door Ashton Kutcher getwitpicte billen van Demi Moore of de slaapkamer-geheimen van P. Diddy te verwerken. Ik voel me een aan de schandpaal genagelde bejaarde, die door een meute trendy communicatiefreaks bekogeld wordt met bedorven LinkedIn verzoeken, rotte Facebook updates, stinkende ringtones en ranzige tweets en retweets. Ik geef het op. Dus als je me zoekt stuur je bericht @ nu_even_niet onder vermelding van #incommunicado. En waag het niet bij deze ‘missing link’ langs te komen anders kan je een ‘book’ in je ‘Face’ en ‘hashtag’ voor je kop krijgen tot je oren ‘twitteren’.
End of line
Every breath you take and every move you make Every bond you break, every step you take I'll be watching you
Every single day and every word you say Every game you play, every night you stay I'll be watching you -Sting
Wat ooit science fiction heette, lijkt nu science non-fiction te worden, door een recente test in het Europees deeltjesfysica laboratorium CERN. Daar tartte een afgevuurde neutrinobundel, die sneller dan het licht door een tunnel raasde, de beroemdste theorie ooit: E = mc² . Einstein zei het zelf al: ‘Verbeelding is belangrijker dan kennis,’ en onze hedendaagse verbeelding lijkt zijn kennis nu te hebben ingehaald.
Reizen in de tijd was tot voor kort het domein van fantasierijke roman- en scenarioschrijvers. H.G. Wells schreef zijn ‘Tijdmachine’ de eeuwigheid in en Audrey Niffenegger spon in ‘De vrouw van de Tijdreiziger’ een decennia overspannend liefdesweb. Op TV nam Dr. Who ons mee in zijn blauwe telefooncel de TARDIS en in de bios had Michael J. Fox een Delorian tot zijn beschikking om ons tot drie keer toe, mee terug te nemen naar de toekomst.
Zelf doe ik het liefst alles achterstevoren. Daar komt geen neutrinobundel aan te pas. Waar menig schrijver zich laat inspireren door een eerder bezochte locatie, bedenk ik een verlaten eiland met zandsteen klippen en ga me dan pas afvragen, waar dat in vredesnaam zou kunnen zijn. Met mijn complete social media netwerk al in stelling, boek ik de cursus ‘social media expert in 1 dag’ en nu mijn boek af is, ligt de bestelling van mijn blauw gebuikte online boekdealer op de deurmat: 'Handboek voor schrijvers'. Na wat ongeduldig gefriemel met de verpakking, sla ik de laatste bladzijde open en lees het boek. Achterstevoren, uiteraard.
Hoe meetbaar ook, tijd blijft een relatief begrip. De kloktijd die met Zwitserse precisie onze agenda’s domineert, staat in schril contrast tot de innerlijke tijdsbeleving die ruimte biedt aan creativiteit, inspiratie en verbondenheid. Tijd vliegt als het gezellig is en kruipt als je moet wachten. En heel soms maakt tijd zijn belofte waar en heelt liefdevol alle wonden. Dus omarm de uren, kus de minuten, streel de seconden. Alles wat we hebben is het nu. Het is laat zoals ieder jaar, de tijd zit krap in zijn heden, vandaag is steeds weer geweest steek dus het licht aan dat de toekomst nog uitspaart, spreek het brood aan dat nog niet doof is, maak de taal waar achter zijn tekens, spel het vlees, stil de tijd, leef nog even. -Gerrit Kouwenaar
Ik observeer ze van een afstandje. Vol literaire overmoed bestormen ze het door dichte buxushagen gevormde smalle donkere pad, dat toegang verschaft tot het Allerheiligdom. Allemaal zijn ze op zoek naar de ultieme beloning die daar gloort: de titel gepubliceerd schrijver. En anders dan naar Rome, leidt er maar een weg naar dit bewijs van erkenning: het Penridder's Labyrint.
Strompelend komen ze weer naar buiten, met afgezakte schouders, het vuur in hun ogen geblust. Want voor wie zonder snoeimes zijn queeste begint, transformeert het labyrint zich onverbiddelijk in een dwaaltuin vol verleidingen. Internetpagina’s, zelfhulpcursussen of informatieve blogs: zonder een navigatiesysteem is er geen beginnen aan. Bestond er maar een ‘Publi Publi’ voor uitgeversland.
Nee, deze penridder gaat het anders aanpakken. Geharnast door talent, met een schild van zelfkennis, begroet ik mijn reisgezellen. Dit bonte gezelschap is mijn grootste troef. De vrolijke marketingdeskundige, de vriendelijke acquirerend redacteur, de inspirerende schrijfster, de stoere literaire agent en ik, de enthousiaste debutante.
De redacteur navigeert ons, met de kaart in de hand, feilloos tussen vervaarlijke slushpiles en slechte aanbiedingsbrieven door. Soms stopt ze en trekt een van de takken uit de haag naar zich toe om mij een handig promotiehaakje te laten zien waarachter een uitgever graag zijn toekomstige klanten wil laten blijven hangen.
‘Sla over 100 meter rechtsaf.’ Als we het pad naar het geldbomenbos inslaan, lopen we in een hinderlaag van royalties, commissie en voorschotten, die echter verbazingwekkend handig door de literair agent worden gepareerd.
‘Links aanhouden.’ We vervolgen onze weg tot de schrijfster ons plotseling halt laat houden bij een vernuftig gecamoufleerd gat in de grond. Vol flair klikt ze haar gouden hakken tegen elkaar, waardoor haar persoonlijke belevenissen de vorm van een loopplank aannemen, die de beginnervalkuil overbrugt.
Gestaag lopen we door totdat we bij een t-splitsing arriveren. ’Nieuwe berekening in uitvoering.’ De marketingdeskundige adviseert, zonder belang bij de uitkomst van mijn keuze, over de drie publicatiemogelijkheden: zelf laten drukken, Printing on Demand of een uitgever.
Ik kies mijn weg en smeed, op aanwijzing van mijn metgezellen, de wapens waarmee ik het schier ondoordringbare laatste deel van het labyrint te lijf zal gaan. Met de perfecte synopsis in de ene en een onweerstaanbaar netwerkprofiel in de andere hand, betreed ik uiteindelijk het midden van het labyrint. En de Publi Publi zegt: ‘Bestemming bereikt.’
Een idee. Iedereen die er ooit eentje gehad heeft, weet het. Opeens is het er, zomaar uit het niets. De vage voorbeelden zijn gedoemd te verzanden, maar de exceptionele exemplaren bijten zich met de vechtlust van een pitbull vast in je bewustzijn. En als ze wegblijven, kan je altijd teruggrijpen op een gevatte getuigenis uit het verleden.
Want wat is een schrijver zonder voorbeeld, zonder de waarachtige wijsheden van illustere voorgangers? De opmerkzame lezers onder u, hebben de stellige statements aan het eind van voorgaande blogberichten al lang gespot. De spitsvondige spreuken vormen in tijden van woordarmoede, de bron van inspiratie waaraan deze aspirant-schrijver zich laaft.
Maar er is slechts een dunne scheidslijn tussen eren en plagiëren. Tussen déjà vu en déjà lu. Voor je het weet word je beticht van letterdieverij en ik kan ze geen ongelijk geven.
Je typt je de blaren op de vingertoppen, verslijt het ene toetsenbord na het andere, kijkt scheel van de hoofdpijn van het formuleren van een ingenieus inzicht en dan gaat een ander er mee aan de haal! Pas dan weet je hoe Rupsje Nooitgenoeg zich moet hebben gevoeld. Die riskeerde buikkramp, obesitas en een hernia door zich een week lang door blaadjes, taart, worst, snoep, fruit en chocola heen te eten, een huisje te bouwen, uit zijn zijden velletje te barsten en wie kreeg de complimentjes? Juist! De verrukkelijke vlinder!
Gelukkig ben ik een sprankelende spraakwaterval die vol onbedwingbare overgave bevlogen bedenksels produceert. O, en had ik u al verteld dat na metaforen, alliteratie mijn favoriete stijlfiguur is? Hoeveel potentiële Suske en Wiske titels staan er wel niet in deze tekst? Stuk of 11(-11-11)?
Bronvermelding: Rupsje Nooitgenoeg - Eric Carle déjà lu - A.IJ. van den Berg
'Plagiaat: zo onhandig overschrijven dat het opvalt.' - Gaby van den Berghe